In Nederland hangt de kwaliteit van de beglazing sterk af van het bouwjaar van de woning. Hoewel we steeds vaker triple glas zien in nieuwbouw, is HR++ glas momenteel de standaard en de meest voorkomende upgrade in bestaande bouw.
Veel voorkomende glassoorten in Nederland
Enkel glas: Voornamelijk nog te vinden in hele oude woningen of monumenten.
Dubbel glas (Thermopane): De standaard in huizen uit de jaren '70, '80 en '90. Dit is simpelweg twee glasplaten met lucht ertussen.
HR++ glas: Sinds de jaren 2000 de norm. Dit is de "gouden standaard" voor een balans tussen kosten en isolatie.
Triple glas (HR+++): Vooral aanwezig in nieuwbouw (vanaf ca. 2015) of zeer grondig gerenoveerde "nul-op-de-meter" woningen.
Hoe herkent een energielabel-adviseur het glas?
Een adviseur heeft een getraind oog en gebruikt een paar vaste methodes om het type glas vast te stellen, zelfs als het er van een afstandje hetzelfde uitziet:
De afstandhouder (de strip tussen het glas): De adviseur kijkt heel dichtbij naar de metalen of kunststof strip tussen de glasplaten. Vaak staat hier een code in geprint. Als daar de letters "HR", "HR++" of een jaartal na 2000 staat, is dat een sterke aanwijzing.
De "vlammetjestest": Door een aansteker of zaklamp voor het glas te houden, kijkt de adviseur naar de reflecties. Je ziet bij dubbel glas vier vlammetjes.
Gelijke kleur: Normaal dubbel glas.
Afwijkende kleur (vaak blauw/roze): De tweede of derde vlam heeft een andere kleur. Dit duidt op een metaalcoating, wat kenmerkend is voor HR-glas.
Dikte van de ruit: Met een speciale glasdiktemeter kan de adviseur de dikte van de glasplaten en de breedte van de spouw (de ruimte ertussen) meten.
Bouwjaar en facturen: De adviseur vraagt vaak naar facturen van glaszetters of kijkt naar het bouwjaar van de woning. Bij een huis uit 2015 mag je er wettelijk vanuit gaan dat er minimaal HR++ in zit.
Het verschil tussen HR glas en HR++
Hoewel beide "hoog rendement" zijn, zit het grote verschil in de vulling en de verbeterde techniek:
Verschil tussen gewoon HR en HR-plus glas
Kortom: HR++ isoleert bijna twee keer zo goed als standaard dubbel glas en aanzienlijk beter dan het oude HR-glas, vooral door de toevoeging van Argon-gas in plaats van gewone lucht.
Welke kozijnen heb ik?
Kozijnen zijn minstens zo belangrijk als het glas zelf. Voor een energielabel-adviseur vormen het glas en het kozijn samen één "rekenwaarde" voor het warmteverlies. Je kunt het beste glas ter wereld hebben, maar als je kozijn tocht of warmte geleidt als een malle, blijft je energierekening hoog.
In de methodiek van het energielabel wordt gekeken naar de U-waarde van het kozijn. Hoe lager dit getal, hoe beter de isolatie.
In Nederland maken we onderscheid tussen vier hoofdtypes, elk met hun eigen invloed op je label:
Kozijntypes
Waarom ze cruciaal zijn voor je Energielabel
Een adviseur let bij kozijnen op drie specifieke zaken die je labelscore direct beïnvloeden:
Thermische onderbreking: Bij metalen kozijnen (aluminium/staal) zoekt de adviseur naar een kunststof strip in het midden van het profiel. Zonder deze strip "lekt" de warmte direct via het metaal naar buiten, wat een flinke strafpunt op je label oplevert. Algemeen wordt aangenomen dat metalen kozijnen voorzien zijn van thermische onderbreking vanaf bouwjaar 2000. Voor die tijd zal het aangetoond moeten worden met tekeningen of facturen waar het opstaat.
Kierdichting: Zitten er goede rubberen strips (strippen) in de kozijnen? Oude houten kozijnen hebben vaak kieren waardoor tocht ontstaat. De adviseur noteert of er sprake is van "goede kierdichting".
Dikte en profiel: Bij kunststof kozijnen wordt gekeken naar het aantal kamers in het profiel. Hoe meer kamers, hoe beter de isolatie en hoe hoger de score.
Wat kun je zelf checken?
Kijk eens naar de binnenkant van je kozijn als het raam openstaat. Zie je daar zwarte of grijze rubberen randen die overal doorlopen? Dan heb je goede kierdichting. Voelt het kozijn zelf in de winter ijskoud aan (vooral bij aluminium)? Dan ontbreekt waarschijnlijk de thermische onderbreking.